Verrek!

Het is begin december, rond drie uur middags, als ik met mijn hond een dicht en uitgestrekt bos inloop voor een lange wandeling, maar gelijk merk dat ik me niet op mijn gemak voel. Ik sta stil en kijk om me heen. Honderden eiken, berken en sparren houden me kalm gezelschap; verder is er niemand te bekennen. Het is muisstil, de enige vogelgeluiden die ik hoor lijken van ver weg te komen. Mijn hond staat stil en kijkt me vragend aan. Waarom lopen we niet verder? Ik haal rustig adem en blijf voelen wat er is. Ik ken dit bos, het is me vertrouwd. En toch is er iets. Maar wat?

 

Ik kan er niet omheen: ik voel me onveilig. En de enige reden die ik kan bedenken is het feit dat hier, in dit dichte bos, de eerste tekenen van de schemering al te merken zijn. Nu ben ik meestal niet bang voor donker of schemering, maar het is alsof mijn instinct me tot bezinning dwingt. Want ook al denk ik dat ik niet bang ben in het donker, gedurende 99,99% van de menselijke evolutie was een donker bos wel onveilig. We konden verdwalen en wolven tegen komen. Daarom kropen we rondom het vuur bij elkaar.

 

Eigenwijs vervolg ik mijn wandeling, en word getuige van een interessante discussie tussen mijn hoofd (het is nog lang niet donker, ga lekker wandelen en geniet gewoon!) en mijn buik (dit klopt niet, het is tijd om naar huis te gaan en je te warmen bij het vuur). Ik loop nog een tijdje door en probeer mezelf gerust te stellen. Het lukt niet echt. Ik draai me om en loop terug richting huis, en zie dan een andere vrouw met haar hond lopen. Meteen ben ik weer gerust. Ik volg haar korte tijd op afstand, hopend dat ik haar niet de stuipen op het lijf jaag, richting een open heidevlakte waar het lichter is. Daar ga ik zitten op een bankje in de laagstaande zon. De vrouw loopt verder.

 

Terwijl ik kijk of ik langs de bosrand reeën zie verschijnen, denk ik terug aan een boekje dat ik ooit van iemand kreeg. Het ging over praten met de natuur. Ik heb het niet uitgelezen, maar het heeft me wel aan het denken gezet. Ik denk niet dat bomen of planten kunnen praten. Wel denk ik dat de natuur onze harde innerlijke stem tot zwijgen kan brengen, zodat we de zachte, wijze stem van onze intuïtie kunnen horen.

 

Ik besluit een experiment te doen en 'vraag' de bomen in stilte of ze me iets te zeggen hebben. Het voelt een beetje gek, maar ik ben inmiddels zo vaak verrast door dingen die ik aanvankelijk gek en onwaarschijnlijk vond, dat ik iets minder sceptisch ben geworden en dingen steeds vaker het voordeel van de twijfel gun. Dus luister ik, zonder iets te verwachten, en kijk ik rustig naar het zonlicht dat door de bomen op de met bladeren bedekte bosgrond valt. Tot ik ineens, heel duidelijk, uit het niets 'hoor': Ga naar huis...

 

Verrek!

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0