Aandacht

Het is een stralende zomerochtend, 8 uur. Mijn zoon en ik zijn zomaar een kwartier te vroeg klaar om te vertrekken naar de peuterspeelzaal. Nee, dat gebeurt niet vaak. Of soms gebeurt het misschien wel, maar dan doe ik eerst nog een wasje in de wasmachine of een ander klusje, en wanneer ik dan op de fiets wil stappen is er altijd net te weinig tijd over voor getreuzel.

 

Vandaag is het anders. Ik besluit te gaan wandelen. Zelfs dan hebben we tijd genoeg. Mijn zoon vindt het nog niet echt leuk op de peuterspeelzaal, maar van wandelen houdt hij wel. Vanuit de deuropening rent hij vrolijk de stoep op: 'Gaan we deze tant op?' De atmosfeer is friszoet, het zal een warme dag worden. De geur van bloeiende wilde liguster bereikt mijn neus terwijl ik glimlach om de rennende blote beentjes onder de korte broek van mijn zoon.

 

We maken van onze wandeling een heuse ontdekkingsreis. We zoeken naar vlinders op de vlinderstruik, en vinden een kapotte druif op straat met wel tien mieren erop. Wanneer mijn zoon mijn hand vastpakt, zeg ik hem dat ik geniet van de wandeling. 'Ik geniet ook!' antwoordt hij vrolijk. Ik streel met mijn duim over zijn kleine handje. In mijn andere hand hou ik zijn kleine rode rugtasje.

 

Dan, als we het parkje uitlopen, belanden we in de chaotische drukte van andere ouders die hun kinderen naar school brengen. De straat is een vrolijke mengelmoes van langzaam rijdende auto's, moeders op fietsen met kinderzitjes, vaders op bakfietsen, oudere kindjes op hun eigen fietsjes, lopende ouders met hun kinderen aan de hand. Wanneer we willen oversteken, stoppen de auto's voor ons. Glimlachend zwaai ik als teken van dank. Ik kijk naar het rumoer waar we deel van uitmaken. Het lijkt alsof iedereen deze ochtend meer ontspannen is. Misschien omdat het bijna vakantie is.

 

Aangekomen op het schoolplein hebben mijn zoon en ik nog steeds tijd over. Voor het eerst zien we de druivenrank aan het hek, en de druifjes die eraan groeien. We kijken door het raam van de kleuterklas. Ik vertel mijn zoon dat hij, als hij groter is, daar ook heen zal gaan. Hij luistert aandachtig en hoewel ik hem dit al vaker heb verteld, lijkt hij het nu pas echt in zich op te nemen.

 

Eenmaal binnen in het speellokaal laat ik mijn zoon de leiding nemen. Dit is zijn domein, hier mag hij laten zien dat hij weet waar alles staat. Hoewel hij meestal aan me blijft plakken, begint hij nu een treinbaan te bouwen. Ik ga naast hem op de grond zitten en volg zijn spel een tijdje. Een ander kindje komt erbij. We maken een praatje.

 

Dan is het tijd om te gaan. Na de wandeling en na zoveel onverdeelde aandacht lijkt mijn zoon opgeladen. Hij is klaar voor de dag. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Bij het afscheid kijkt hij me aan. Ik zie dat hij het nog steeds niet leuk vindt dat ik hem achterlaat. Met mijn blik erken ik dat het hem nog steeds een beetje pijn doet, en dat dat ook mag. Maar ik zie ook dat hij er vandaag rustiger onder is. Alsof hij is gegroeid, en zijn verdriet nu zelf kan dragen.

Reactie schrijven

Commentaren: 0